Archive for the 'Board Games' Category
Funkenschlag, maar dan in de oertijd
Ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van het briljante bordspel Funkenschlag presenteerde Friedemann Friese twee weken geleden tijdens Spiel 2011 het bijna niet minder briljante Funkenschlag – Die ersten Funken. Met een vergelijkbaar spelprincipe, maar in plaats van energie opwekken, zoveel mogelijk steden van stroom voorzien en daarmee stinkend rijk worden, moet je nu als holbewoner jagen, verzamelen, het vuur uitvinden, kennis vergaren en je in ruime mate voortplanten. Want wie het eerst een dertienkoppige stam op het bord heeft, die wint het spel.
Hoe investeert de oermens in dit spel? Allereerst in een boog, een speer en een hengel, om respectievelijk oerberen, mammoeten en vissen te vangen. Maar ook heb je manden nodig om bessen in te verzamelen en land voor graan. De grondstoffenmarkt van olie en steenkool is nu die van wat de natuur primair te bieden heeft aan oergewassen en -dieren. Waar in het originele spel aan het begin van elke ronde een energiecentrale te koop wordt aangeboden, kun je nu een stuk gereedschap aanschaffen waarmee je voedsel kunt vergaren. Dat je weer nodig hebt om je stamgenoten en jezelf te voeden. Want zonder ga je uiteraard dood. Geld bestond natuurlijk nog niet in de oertijd, dus is je voedsel ook je ruilmiddel. Dat betekent dat de rol van voedsel zowel die is van grondstof als die van elektra. Dit is qua spelprincipe wellicht het grootste verschil met het originele spel.
Deze variant kent geen veilingsysteem waarin je pas aan de haal gaat met een investering als je het hoogste bod uitbrengt. In Die ersten Funken krijgt de persoon die als laatste kan kiezen de investering als hij dat wil. De boog, de speer, de mand, de hengel en de andere kaartjes. Anders mag de speler voor hem beslissen of hij het stuk gereedschap wil kopen. En anders blijft de eerste tafelgenoot met de kaart zitten en heeft hij er een tooltje bij. Net als in het echte Funkenschlag mag je maar drie soorten gereedschap hebben, tenzij je de ontwikkelingskaart hebt die je de mogelijheid geeft om vier gereedschappen in te zetten. Beschavingskaartjes mag je wel onbeperkt hebben. Hiermee beschik je bijvoorbeeld ineens ook over de kennis om vuur te maken, zodat je je voedsel kunt conserveren. Heel handig, want aan het eind van elke investeringsfase verrot een derde van je voedselvoorraad.
Funkenschlag – Die ersten Funken is een fantastische variant op het beste spel dat Friedemann Friese ooit heeft gemaakt. Het speelt wat vlotter en kan met zijn drieën in een uurtje. Het is zeker zo spannend en minstens zo vernuftig verzonnen. In Nederland is Funkenschlag trouwens ook al een paar jaar uit, als Hoogspanning – uitgegeven door 999 Games en wel in een foeilelijke doos. In het Engels heet het nieuwe spel van de groene Duitser Power Grid – The First Sparks. Koop het zodra je kunt!
Comments are off for this postMijn Splotter-debuut: VOC is briljant!
Echt, het is een briljant spel. Maar moeilijk en tijdrovend. Tijdrovend, omdat het spel lang duurt, terwijl de hoeveelheid acties niet correspondeert met de snelheid ervan. Maar dat is slechts een kleine kanttekening bij het fantastische Splotter-spel VOC, ontworpen door Jeroen Doumen en Joris Wiersinga. Moeilijk, want zonder fotografisch geheugen win je dit spel niet.
Vanuit Middelburg moet je uitvaren met een of meer van de vier beschikbare schepen en ervoor zorgen dat je zoveel mogelijk specerijen inkoopt in de Oost. Om deze vervolgens thuis af te leveren. Dat doe je door je beschikbare personeel in een schip te plaatsen – handelaren en kapiteins – en weg te varen. Maar dat varen heeft nogal wat om het lijf. Je moet namelijk met een uitwisbare stift blind een route tekenen op de kaart, vanaf de thuisbasis tot aan de haven op het eiland of het vaste land. Maar je moet altijd om eilandjes heen varen, of er tussendoor. En weer terug. Als je land raakt, loopt je schip averij op en valt de kapitein overboord. Een nieuwe kapitein, indien aanwezig, schuift aan. Je mag als medespeler weliswaar aanwijzingen geven, maar deze zijn beperkt tot vijf: oost, west, noord, zuid, stop. Je geeft uiteraard alleen aanwijzingen als je daar zelf beter van wordt.
Als de V.O.C.-schepen thuiskomen, volgt een handelsfase. Deze duurt precies een minuut en daarin kun je spullen verhandelen met je medespelers. Eerder heb je (als het goed is) contracten geclaimd waarmee je geld verdient met de op die kaartjes afgebeelde specerijen. Zodra je binnen de van tevoren afgesproken tijdspanne (in jaren) aan deze contracten kunt voldoen, krijg je de op de kaartjes genoemde aantallen daalders uitgekeerd. Lukt dat niet, dan krijg je een forse boete. Uiteindelijk gaat het erom wie aan het eind van het spel de meeste daalders heeft. Het is afgelopen zodra alle jaren zijn gespeeld of zodra uit de stapel contractkaarten de VOC-kaart wordt getrokken.
Het met gesloten ogen tekenen is zoals gezegd moeilijk, maar het spel is daardoor wel razend spannend. En hilarisch bovendien. Als je iets anders dan de vijf toegestane commando’s roept, moet je vijf daalder boete betalen. VOC is prachtig vormgegeven; vooral het speelbord is erg fraai. Het was mijn eerste Splotter-spel. En ik wil meer.
1 commentMordred is kortste én vlotste Wallace
Spellen van Martin Wallace duren doorgaans minimaal twee uur en zijn complex en in eerste instantie moeilijk te doorgronden. Uitzondering op beide kenmerken vormt Warfrog-game Mordred. Het speelt supersnel (half uurtje) en is weliswaar uiterst gewiekst in elkaar gezet, maar snel te begrijpen en meteen goed te spelen. Het is zowaar verslavend.
Mordred was de zoon van koning Arthur die uiteindelijk in de Slag bij Camlann door zijn vader werd verslagen. Maar zover is het in dit spel nog niet. Mordreds mannen komen Wales binnen om het land over te nemen. De spelers zijn ridders van de Ronde Tafel die zoveel mogelijk gebied moeten veroveren voordat Mordred dat doet. Tegelijkertijd moeten ze de bezetters zoveel mogelijk zien terug te dringen.
Door kastelen, kerken en nederzettingen te bouwen, verzamel je potentiële overwinningspunten. Door Mordreds mannen te verslaan, verhoog je je status. Maar zowel bouwen als vechten kost geld. En dat geld krijg je door goed te dobbelen. Op het bord staat een tabel, die correspondeert met de hoeveelheid geld die je daarmee verdient. Maar pas op: als je slecht gooit, komen er meer mannen van Mordred op het bord en daalt je status.
Een uniek element van Mordred is dat er twee verschillende overwinningscondities zijn. Als er aan het eind van het spel meer mannen van Mordred dan gebouwen op het bord staan, wint de speler met de hoogste status. Als er meer gebouwen staan, dan wint de speler met de meeste overwinningspunten. Je bent dus steeds aan het afwegen welke tactiek nog opportuun is: potentiële punten scoren met bouwen of een zo hoog mogelijke status zien te krijgen. Ondanks dat je als spelers tegen Mordred vecht, kun je elkaar toch flink naaien. Door bijvoorbeeld de mannen van Mordred naar de gebouwen van je tegenspelers te leiden, zodat deze worden aangevallen. Het spel is afgelopen als alle mannen van Mordred op het bord staan, als alle steden bezet zijn of als iemand de laatste trede van de statusladder is afgezakt.
Dit laatste gebeurt best snel en dat is de belangrijkste reden waarom een spelletje Mordred relatief kort duurt. Enige minpuntje aan het spel is dat de rol van de dobbelstenen en daarmee de geluksfactor erg groot is. Aan de andere kant maakt dat het ook waanzinnig spannend en het spelverloop relatief onvoorspelbaar. Bovendien is er nog genoeg ruimte voor tactiek en strategie; het is natuurlijk wel een echte Martin Wallace. Mordred is misschien niet zijn beste spel, maar wel een van zijn meest toegankelijke. En een dikke aanrader voor iedereen die nog kennis moet maken met deze briljante Brit.
Comments are off for this postTweepersoonsspelletjesavond

Volle Scholle: supereenvoudig maar briljant kaartspelletje van Martin Wallace
De strijd om de perfecte nabrander voor een succesvolle spelletjesavond is nog lang niet gestreden. Martin Wallace doet een goede greep naar de titel met het kaartspelletje Volle Scholle. Supereenvoudig, maar briljant bedacht.
Het spelmateriaal bestaat uit een stapel pinguinkaarten en een stapel ijsschotskaarten. De pinguinkaarten zijn er in vier kleuren met variërende waarden, van één tot en met vijf pinguins. Ook zijn er twaalf jokerpinguins in het spel met waarde twee. Daarnaast zijn er achttien ijsschotskaarten met waarden twee tot en met tien ijsschotsen.
Je krijgt twaalf pinguinkaarten op handen en daarmee bied je op de ijsschotskaart die elke beurt wordt omgedraaid. De eerste bieder bepaalt de kleur en de spelers die na hem aan de beurt zijn moeten overbieden en daarbij kleur bekennen of jokers opgooien. Je mag de bieding niet beginnen met een joker. Als je past, moet je de pinguinkaarten die je hebt geboden omgekeerd voor je neer leggen. Je kunt ze ook weggooien. Daarna trek je twee nieuwe pinguinkaarten.
De winnaar van de bieding is zijn kaarten kwijt, mag ook twee nieuwe pinguinkaarten trekken en legt de ijsschotskaart omgekeerd voor zich neer. Het is ten strengste verboden om tijdens het spel te kijken welke kaarten je ook alweer in je voorraad hebt.
Tussen de onderste vijf ijsschotskaarten is een kaart zonder waarde geschud. Als deze wordt getrokken, is het spel afgelopen. Nu tel je eerst de waarde al je ijsschotsen. Per ijsschots leg je pinguinkaarten neer, maar wel zo dat de waarde van de ijsschotskaart overeenkomt met de waarde van alle pinguinkaarten die je bij deze kaart legt. Met andere woorden: het aantal ijsschotsen bepaalt hoeveel pinguins je mag hebben (één per ijsschots). Heb je te weinig ijsschotsen, dan krijg je twee strafpunten voor elke pinguin die je teveel hebt. De speler met de meeste pinguins op een ijsschots wint.
Een eenvoudig kaartspelletje dus, maar wel met een typische Wallace-twist. In dit geval de regel dat je gedurende het spel niet mag checken hoeveel pinguins je nog kwijt kunt op je ijsschotsen of hoeveel ijsschotsen je nog moet binnenhalen voor je pinguins. Mensen met een fotografisch geheugen zijn duidelijk in het voordeel. Een spelletje duurt hooguit een half uur en dan wil je meteen nog een keer. Aanrader dus voor wie van slimme, snelle kaartspelletjes houdt.
2 commentsBausack-toren van de week

PS. Deze foto is niet gefotoshopt.
Comments are off for this postK2: bergbeklimmen op bordkarton
De K2 is een van de meest dodelijke bergen in de klimwereld. En naar verluidt na de Mount Everest de grootste. Ik maakte eind jaren tachtig kennis met dit natuurschoon door K2: Tales Of Triumph And Tragedy, het epische conceptalbum van Don Airey. De plaat vertelt het verhaal van de ongelukkige klim naar de top van deze berg in de Himalaya, waarbij dertien mensen de dood vonden. Op drums Cozy Powell, niet bepaald een van mijn favoriete drummers, en op gitaar onder anderen Gary Moore, die toen nog wel flink van leer kon trekken.
Ruim 22 jaar later maak ik opnieuw kennis met de K2, maar dan op een kartonnen bord, met houten bergbeklimmers -twee per speler- en kaarten waarmee je deze gasten de berg op stuurt en ook nog wat conditiepunten meegeeft. Wie zijn bergbeklimmers aan het eind van het spel het hoogst op de berg heeft gebracht, liefst allebei naar de top, heeft gewonnen. Om halverwege de klim te kunnen overleven, mag je twee keer een tentje bouwen. Dan hoef je minder van je conditie af te schrijven aan het eind van een ronde.
Extreme weersomstandigheden op (een deel van) de berg bedreigen je gezondheid ook. Je conditie holt bijvoorbeeld hard achteruit als je in een sneeuwstorm terecht komt. En eenmaal de top bereikt, moet je ook weer terug om op adem te komen. En die terugtocht kost veel energie (gezondheids- en bewegingspunten), maar je moet in dit spel ook nadat je de top hebt bereikt in leven blijven. Anders verlies je de punten die je met deze bergbeklimmer hebt veroverd.
De Pool Adam Kałuża presenteerde K2 tijdens Essen 2010. In Nederland geeft White Goblin het uit. Het heeft een mooi design en is eenvoudig uit te leggen. Het duurt ongeveer een tot anderhalf uur en je kunt het perfect met je gezin spelen. Je moet je kaarten slim inzetten en de route van je bergbeklimmers goed timen. Het spel is spannend tot het laatst, want je kunt wel de top bereiken en voorstaan, maar je moet ook nog in leven blijven. Je kunt wisselen van spelbord, de ene kant is moeilijker dan de andere, en je kunt qua weersomstandigheden kiezen uit de winter- en de zomervariant. Mixen kan natuurlijk ook. Ik ga het NU bestellen!
1 comment