Archive for the 'Board Games' Category
Graantje de voorste leuk voor kidjes én hun ouders
Het is een eenvoudig spelletje met een bekend thema: pluimvee eet graan, maar pas op voor de vos! Erg leuk en spannend. Voor kidjes, maar ook als nabrander voor een tactische bordspelavond. Door kaartjes (verschillende soorten pluimvee en vossen) in te zetten, moet je je voorraad graan én pluimvee maximaliseren. Wie de grootste voorraad heeft, wint.
Op tafel komen zes tegels te liggen, de voederplaatsen, die elke ronde worden aangevuld met graanblokjes (groen is één graan, blauw is twee graan en geel is drie graan). Iedere speler krijgt vijf kaarten op hand, waarop dieren staan in de zes kleuren van de voederplaatsen. Aan het begin van de ronde kiest elke speler twee kaarten die tegelijkertijd worden omgedraaid. Vervolgens legt iedereen zijn kaarten bij de bijbehorende voederplaatsen. Op de kaartjes staan waarden. Liggen er bij een voederplaats meer pluimeekaarten van verschillende spelers, dan kunnen deze spelers onderhandelen over de verdeling van het graan dat erop ligt. Komen ze er niet uit, dan wordt er gedobbeld. De waarde op de kaart wordt bij de uitkomst van de worp opgeteld. De winnaar krijgt al het graan.
Anders wordt het wanneer iemand een vossenkaart heeft neergelegd. Dan krijgt hij namelijk alle pluimveekaarten die bij deze voederplaats liggen. Hebben twee spelers een vossenkaart, dan wordt er opnieuw gedobbeld volgens het eerdergenoemd principe. De winnende vos kan ook minpunten krijgen, als er bij de voederplaats een schijtlijsterkaart ligt (-2). Liggen er alleen vossen, dan hebben de spelers pech en gaan ze met lege handen naar huis. Aan het eind van de ronde vult elke speler zijn hand weer aan en begint de nieuwe ronde. De graankorrels die niet zijn geconfisqueerd, blijven liggen. Het spel is afgelopen als de laatste graankorrels uit de voorraad op de voederplaatsen zijn gelegd en de ronde die daarop volgt is gespeeld.
Graantje de voorste kan ontzettend spannend zijn en biedt ook voldoende (toevallige) matennaaimogelijkheden. Wel is de geluksfactor erg groot. Maar dat maakt het spel tegelijkertijd ook extra onvoorspelbaar. Het artwork is van Doris Matthäus en dus fantastisch. Het speelt erg snel en is al goed te doen met kidjes vanaf een jaar of zes. En dat voor een tientje!
1 commentPluimvee vangen met Fowl Play
Je bent een vos en je moet zoveel mogelijk kalkoenen, kippen, eenden en ganzen vangen. Maar het pluimvee kan verder bewegen dan jij en zal zeker niet zomaar bij je in de buurt komen. Eet het meeste gevogelte in al zijn verschijningsvormen op en je wint het spel.
Op het bord staan de vier groepen pluimvee in drie kleurvarianten en drie vormvarianten. In je beurt moet je een kaartje spelen en dat kaartje bepaalt de spelersvolgorde (van laag naar hoog) en de soort pluimvee die je in drievoud mag verplaatsen. Staat er bijvoorbeeld een ronde witte gans op jouw gespeelde kaartje, dan mag je een ronde vogel, een witte vogel of een gans verplaatsen. Je mag je toekomstige prooi echter nooit op minder dan twee vakjes afstand van je vos zetten. Maar hier komen de vossenholen op het bord van pas. Deze dienen namelijk om je vos te teletransporteren van het ene naar het andere hol. Dus zorg je ervoor dat je zoveel mogelijk gevogelte aan de rand van het vossenhol zet waar jij naartoe kunt worden getransporteerd. Je tegenspelers willen natuurlijk dat jij in je beurt weinig eet, dus zullen ze er alles aan doen om je lekkere hapjes van jouw vos vandaan te lokken. Hetzelfde kun jij natuurlijk ook doen. Maar zorg dat je niet verhongert!
Fowl Play is goed te spelen met twee personen. De puntentelling is de eerste keer wat ingewikkeld -aan het eind van het spel komt Excel goed van pas- maar da’s een kwestie van gewenning. Het spel kwam uit in 2006 en is bedacht door Richard Breese die ook tekende voor het briljante Reef Encounter. Fowl Play speelt wat eenvoudiger maar is minstens zo ingenieus. En aangenaam matennaaierig bovendien.
Comments are off for this postBausack-toren van de week





Funkenschlag, maar dan in de oertijd
Ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van het briljante bordspel Funkenschlag presenteerde Friedemann Friese twee weken geleden tijdens Spiel 2011 het bijna niet minder briljante Funkenschlag – Die ersten Funken. Met een vergelijkbaar spelprincipe, maar in plaats van energie opwekken, zoveel mogelijk steden van stroom voorzien en daarmee stinkend rijk worden, moet je nu als holbewoner jagen, verzamelen, het vuur uitvinden, kennis vergaren en je in ruime mate voortplanten. Want wie het eerst een dertienkoppige stam op het bord heeft, die wint het spel.
Hoe investeert de oermens in dit spel? Allereerst in een boog, een speer en een hengel, om respectievelijk oerberen, mammoeten en vissen te vangen. Maar ook heb je manden nodig om bessen in te verzamelen en land voor graan. De grondstoffenmarkt van olie en steenkool is nu die van wat de natuur primair te bieden heeft aan oergewassen en -dieren. Waar in het originele spel aan het begin van elke ronde een energiecentrale te koop wordt aangeboden, kun je nu een stuk gereedschap aanschaffen waarmee je voedsel kunt vergaren. Dat je weer nodig hebt om je stamgenoten en jezelf te voeden. Want zonder ga je uiteraard dood. Geld bestond natuurlijk nog niet in de oertijd, dus is je voedsel ook je ruilmiddel. Dat betekent dat de rol van voedsel zowel die is van grondstof als die van elektra. Dit is qua spelprincipe wellicht het grootste verschil met het originele spel.
Deze variant kent geen veilingsysteem waarin je pas aan de haal gaat met een investering als je het hoogste bod uitbrengt. In Die ersten Funken krijgt de persoon die als laatste kan kiezen de investering als hij dat wil. De boog, de speer, de mand, de hengel en de andere kaartjes. Anders mag de speler voor hem beslissen of hij het stuk gereedschap wil kopen. En anders blijft de eerste tafelgenoot met de kaart zitten en heeft hij er een tooltje bij. Net als in het echte Funkenschlag mag je maar drie soorten gereedschap hebben, tenzij je de ontwikkelingskaart hebt die je de mogelijheid geeft om vier gereedschappen in te zetten. Beschavingskaartjes mag je wel onbeperkt hebben. Hiermee beschik je bijvoorbeeld ineens ook over de kennis om vuur te maken, zodat je je voedsel kunt conserveren. Heel handig, want aan het eind van elke investeringsfase verrot een derde van je voedselvoorraad.
Funkenschlag – Die ersten Funken is een fantastische variant op het beste spel dat Friedemann Friese ooit heeft gemaakt. Het speelt wat vlotter en kan met zijn drieën in een uurtje. Het is zeker zo spannend en minstens zo vernuftig verzonnen. In Nederland is Funkenschlag trouwens ook al een paar jaar uit, als Hoogspanning – uitgegeven door 999 Games en wel in een foeilelijke doos. In het Engels heet het nieuwe spel van de groene Duitser Power Grid – The First Sparks. Koop het zodra je kunt!
Comments are off for this postMijn Splotter-debuut: VOC is briljant!
Echt, het is een briljant spel. Maar moeilijk en tijdrovend. Tijdrovend, omdat het spel lang duurt, terwijl de hoeveelheid acties niet correspondeert met de snelheid ervan. Maar dat is slechts een kleine kanttekening bij het fantastische Splotter-spel VOC, ontworpen door Jeroen Doumen en Joris Wiersinga. Moeilijk, want zonder fotografisch geheugen win je dit spel niet.
Vanuit Middelburg moet je uitvaren met een of meer van de vier beschikbare schepen en ervoor zorgen dat je zoveel mogelijk specerijen inkoopt in de Oost. Om deze vervolgens thuis af te leveren. Dat doe je door je beschikbare personeel in een schip te plaatsen – handelaren en kapiteins – en weg te varen. Maar dat varen heeft nogal wat om het lijf. Je moet namelijk met een uitwisbare stift blind een route tekenen op de kaart, vanaf de thuisbasis tot aan de haven op het eiland of het vaste land. Maar je moet altijd om eilandjes heen varen, of er tussendoor. En weer terug. Als je land raakt, loopt je schip averij op en valt de kapitein overboord. Een nieuwe kapitein, indien aanwezig, schuift aan. Je mag als medespeler weliswaar aanwijzingen geven, maar deze zijn beperkt tot vijf: oost, west, noord, zuid, stop. Je geeft uiteraard alleen aanwijzingen als je daar zelf beter van wordt.
Als de V.O.C.-schepen thuiskomen, volgt een handelsfase. Deze duurt precies een minuut en daarin kun je spullen verhandelen met je medespelers. Eerder heb je (als het goed is) contracten geclaimd waarmee je geld verdient met de op die kaartjes afgebeelde specerijen. Zodra je binnen de van tevoren afgesproken tijdspanne (in jaren) aan deze contracten kunt voldoen, krijg je de op de kaartjes genoemde aantallen daalders uitgekeerd. Lukt dat niet, dan krijg je een forse boete. Uiteindelijk gaat het erom wie aan het eind van het spel de meeste daalders heeft. Het is afgelopen zodra alle jaren zijn gespeeld of zodra uit de stapel contractkaarten de VOC-kaart wordt getrokken.
Het met gesloten ogen tekenen is zoals gezegd moeilijk, maar het spel is daardoor wel razend spannend. En hilarisch bovendien. Als je iets anders dan de vijf toegestane commando’s roept, moet je vijf daalder boete betalen. VOC is prachtig vormgegeven; vooral het speelbord is erg fraai. Het was mijn eerste Splotter-spel. En ik wil meer.
1 commentMordred is kortste én vlotste Wallace
Spellen van Martin Wallace duren doorgaans minimaal twee uur en zijn complex en in eerste instantie moeilijk te doorgronden. Uitzondering op beide kenmerken vormt Warfrog-game Mordred. Het speelt supersnel (half uurtje) en is weliswaar uiterst gewiekst in elkaar gezet, maar snel te begrijpen en meteen goed te spelen. Het is zowaar verslavend.
Mordred was de zoon van koning Arthur die uiteindelijk in de Slag bij Camlann door zijn vader werd verslagen. Maar zover is het in dit spel nog niet. Mordreds mannen komen Wales binnen om het land over te nemen. De spelers zijn ridders van de Ronde Tafel die zoveel mogelijk gebied moeten veroveren voordat Mordred dat doet. Tegelijkertijd moeten ze de bezetters zoveel mogelijk zien terug te dringen.
Door kastelen, kerken en nederzettingen te bouwen, verzamel je potentiële overwinningspunten. Door Mordreds mannen te verslaan, verhoog je je status. Maar zowel bouwen als vechten kost geld. En dat geld krijg je door goed te dobbelen. Op het bord staat een tabel, die correspondeert met de hoeveelheid geld die je daarmee verdient. Maar pas op: als je slecht gooit, komen er meer mannen van Mordred op het bord en daalt je status.
Een uniek element van Mordred is dat er twee verschillende overwinningscondities zijn. Als er aan het eind van het spel meer mannen van Mordred dan gebouwen op het bord staan, wint de speler met de hoogste status. Als er meer gebouwen staan, dan wint de speler met de meeste overwinningspunten. Je bent dus steeds aan het afwegen welke tactiek nog opportuun is: potentiële punten scoren met bouwen of een zo hoog mogelijke status zien te krijgen. Ondanks dat je als spelers tegen Mordred vecht, kun je elkaar toch flink naaien. Door bijvoorbeeld de mannen van Mordred naar de gebouwen van je tegenspelers te leiden, zodat deze worden aangevallen. Het spel is afgelopen als alle mannen van Mordred op het bord staan, als alle steden bezet zijn of als iemand de laatste trede van de statusladder is afgezakt.
Dit laatste gebeurt best snel en dat is de belangrijkste reden waarom een spelletje Mordred relatief kort duurt. Enige minpuntje aan het spel is dat de rol van de dobbelstenen en daarmee de geluksfactor erg groot is. Aan de andere kant maakt dat het ook waanzinnig spannend en het spelverloop relatief onvoorspelbaar. Bovendien is er nog genoeg ruimte voor tactiek en strategie; het is natuurlijk wel een echte Martin Wallace. Mordred is misschien niet zijn beste spel, maar wel een van zijn meest toegankelijke. En een dikke aanrader voor iedereen die nog kennis moet maken met deze briljante Brit.
Comments are off for this postTweepersoonsspelletjesavond
