Jul 6
Ik dacht dat er nooit een eind aan zou komen
Maar gelukkig zijn we door. Ik vond het doodeng. In de rust kon ik mezelf maar nauwelijks tot kalmte manen. En de laatste tien minuten waren een hel. Eerst die 2-3 en toen die absurd lange blessuretijd. En waarom kreeg Van Bommel nou een gele kaart?
In de rust vierde paniek hoogtij. Ik dacht aan mogelijke wissels. Die 1-1, ik vreesde met grote vrezen. En toen kreeg ik een akelig toekomstbeeld. Ik zou de rest van mijn bewust voetbalkijkende leven worden veroordeeld tot WK-toernooien waarin Oranje steevast voor de finale wordt uitgeschakeld door Zuid-Amerikanen. Een trauma dat vele malen groter is dan de verloren WK-finale van 1974. Uruguay zou het nieuwe Brazilië kunnen worden. Ik hoopte op een vroege goal, in de tweede helft. Van wie, dat maakte me niet uit. Als het maar een Nederlander was.
En het gebeurde. Niet vroeg weliswaar, maar wel twee in vier minuten. En we stonden veilig voor. Dachten we. We misten nog wat kansen en ineens schoot Pereira raak en prompt, het was 2-3. Geen houden aan voor Stekelenburg. Vervolgens vond men het nodig meer dan vijf minuten blessuretijd aan de wedstrijd toe te voegen. Mijn bier was op en ik moest plassen en ik had al gejuicht toen ook Mark van Bommel dacht dat het afgelopen was. En toen moesten we nog bijna een minuut. En het ging maar door, met die Zuid-Amerikanen. De fluit. Afgelopen. Ik dacht dat er nooit een eind aan zou komen. Mijn hart is weer getest. Doet het nog prima. Toch mis ik Johan Cruijff. In de tv-studio, that is.
1 Comment
RSS feed for comments on this post.
Sorry, the comment form is closed at this time.
Klinkt als mijn avond… ben gesloopt! Echt, ik ben rijp voor een rollator, zó oud ben ik gisteravond in ruim 95 minuten geworden… Maar ‘we’ zijn door! FINALE!!!!
Comment by Esther — 7 July, 2010 @ 9:56 am