Archive for May, 2010
Een nieuwe setlist
Op het Schimmelplein Festival spelen we als afsluiter. We mogen een uur onze gang gaan. Dus ik ben al even aan het worstelen met de setlist. Normaliter spelen we twee uur. Op de tweede set wordt altijd beter gereageerd. Meer meezingers, als het ware. Dus we zullen een groot deel van die tweede set doen. Ik twijfel al de hele dag over één nummer.
De zangeres zingt op het origineel niet eens zo goed. Rauw. Maar niet zo stevig als bijvoorbeeld Anouk. Gewoon een dunnere stem. En wat nasaler ook. Maar de compositie is te gek en in onze uitvoering rockt ie nog wat steviger. De synthesizerpartijen in de intermezzo’s speel ik op bas. Klinkt niet zo mooi als op het origineel, maar het is wel lekker om te doen. En aangezien we -godzijdank- geen toetsenist hebben…
Ik zou eigenlijk ook graag een nummer in het Frans willen doen. We hebben nu Engels-, Duits- en Nederlandstalig repertoire. Hoe meer talen, hoe leuker. Genoemd nummer met zangeres is ook van Duitse makelij. Het is uptempo en recht-voor-zijn-raap. Het gaat over luchtballonnen. En over oorlog. En wat dies meer zij.
“Kriegministers gibt es nicht mehr.” 99 Luftballons van Nena. Heerlijk nummer. Gaat uit set 1 naar set 2 en komt in de setlist voor het Schimmelplein Festival. Als de rest van de band daarmee akkoord gaat, that is. Kom kijken en luisteren op 20 juni, op het Schimmelplein in Utrecht. Ten noorden van Lombok, aan de andere kant van de Vleutenseweg. We spelen om vijf uur. En misschien hoor je Duitse eighties rock.

It’s Alive: Frankensteintje spelen
Na een lang bordspel is het altijd lekker om even na te kaarten. Met een niet al te zwaar kaartspelletje dat maximaal een half uurtje duurt, zodat je meer dan één potje kunt doen. Aanraders in deze categorie zijn bijvoorbeeld Filou Die Katze Im Sack, R-Eco en Slush Fund. Sinds vannacht komt daar It’s Alive bij. Een eenvoudig, maar spannend kaartspelletje met een hilarisch thema.
Het is de bedoeling dat je uit acht lichaamsdelen een menselijk monster bouwt. Zodra je deze acht verschillende lichaamsdelen bij elkaar hebt, roep je: “It’s Alive!” Maar dan heb je nog niet gewonnen. Want elke kaart heeft een waarde en wie dan de meeste punten heeft, wint. Het geld dat je nog over hebt, telt eveneens mee. Je kunt dus ook winnen met een incompleet monster.
In het midden ligt de stapel, waarvan je om de beurt een kaart met een lichaamsdeel open legt. Vervolgens kun je drie dingen doen: je koopt de kaart voor de waarde die erop staat; je gooit hem in de aanbieding, zodat ook je medespeler hem kan kopen of je legt op een open stapel voor je en je ontvangt van de bank de helft van de waarde van het desbetreffende lichaamsdeel. Ook zijn er kaarten met een graf. Dit is een joker die een lichaamsdeel naar wens vertegenwoordigd. Altijd handig dus. En je kunt ook de kaart ‘Boerenopstand’ trekken. Dan komt de boerenbevolking verhaal bij je halen en moet je haar afkopen of je duurste kaart inleveren.
De kaarten met lichaamsdelen hebben verschillende waarden. Je hebt dus de keuze om voor relatief weinig geld je monster compleet te maken. Maar dan loop je dus wel de kans het spel te verliezen, omdat je monster te weinig waarde heeft. Maar als je teveel geld uitgeeft aan ledematen, duurt het juist weer lang voor je je monster compleet hebt. Dus moet je schipperen tussen geld verdienen door kaarten aan de bank te verkopen en slim investeren in lichaamsdelen.
It’s Alive is bedacht door Yehuda Berlinger en die heeft daarmee puik werk afgeleverd. Het speelt supersnel, de regels zijn dermate eenvoudig dat je het een kind van zeven kunt uitlegggen en het is waanzinnig spannend. Vooral aan het eind als je tegenstander zijn monster compleet dreigt te maken. Een aanrader voor liefhebbers van simpele strategische kaartspelletjes!
1 comment