Archive for May, 2010
Bolkestein en Borst pleiten voor legalisering drugs
Ons drugsbeleid wordt steeds repressiever. Sinds er een meer christelijke politieke wind waait, zijn de regels voor coffeeshops aangescherpt, xtc-testen verboden en de hallucinogene paddestoelen naar het criminele circuit verbannen. Als het aan de christelijke partijen ligt, sluiten we zelfs al onze coffeeshops. Zodat ook de cannabisconsument aangewezen is op criminelen om aan zijn dope te komen. Wat nu overigens al deels het geval is, want coffeeshops mogen wel aan consumenten verkopen, maar kwekers niet aan coffeeshops. Hoe belachelijk wil je jezelf als overheid maken?
Mensen met het verstand op de goede plaats weten dat het zinloos is om drugs te verbieden. Tenzij je je justitiële apparaat graag vrachtladingen extra werk verschaft. Tot die conclusie komen vandaag in NRC ook onder anderen Frits Bolkestein, Els Borst-Eilers en Theo de Roos (hoogleraar strafrecht in Tilburg). Lees hun uitstekende opiniestuk hier.
Comments are off for this postEn weer een held is gestorven: rust zacht Ronnie James Dio (1942-2010)
November 1984. Ik ben dertien als ik naar mijn eerste hardrockconcert mag. Weliswaar onder begeleiding van een muzikaal gelijkgestemde oom, maar dat mag de pret niet drukken. Dio en Queensrÿche spelen in de Jaap Edenhal in Amsterdam. Dio heeft net zijn tweede solo-album The Last In Line uitgebracht. Ik zit op de tribune en schreeuw de longen uit mijn lijf. Na het concert ben ik twee dagen schor. Het was fantastisch.
Vijfentwintig jaar later wordt bij de zanger maagkanker geconstateerd. Aanvankelijk lijkt een serie chemokuren aan te slaan, maar lang duurt dit niet. Gisterochtend om kwart voor acht is ‘s werelds beste hardrockzanger overleden. Hij werd 67 jaar.
Voor hardrock- en metalliefhebbers is Ronnie James Dio een begrip. Andere langjarige muziekliefhebbers kennen de zanger zonder dat ze het weten. Dio zong de wereldhit Love Is All van Roger Glover uit 1974. Hij zingt dan nog in Elf. Het jaar erop richt hij samen met Deep Purple-gitarist Ritchie Blackmore de band Rainbow op. Het live-album On Stage uit 1977 geldt als een van de mijlpalen uit de hardrockgeschiedenis. Eerder verscheen onder meer de elpee Rainbow Rising (1976), waarop het majestueuze Stargazer, een van de vroege hoogtepunten uit Dio’s oeuvre.
In 1979 stapt de zanger over naar Black Sabbath om Ozzy Osbourne te vervangen. Met Sabbath maakt Dio in die jaren de klassieke albums Heaven & Hell en Mob Rules en natuurlijk kan ook een liveplaat niet uitblijven: Live Evil is vooral bekend geworden door de geruchten dat de zanger ‘s nachts stiekem de studio insloop om de zang harder in de mix te zetten. Maar over de doden natuurlijk niks dan goeds.
Na Black Sabbath besluit Ronnie James Dio om het op eigen houtje te gaan doen. Hij richt Dio op met onder anderen gitarist Vivian Campbell, ex-Rainbow-bassist Jimmy Bain en ex-Black Sabbath-drummer Vinnie Appice, overigens het jongere broertje van Carmine Appice (onder veel meer Vanilla Fudge en King Kobra). Het eerste album Holy Diver (1983) is wederom een klassieker, hoewel ik de daaropvolgende plaat The Last In Line alleen al in productioneel opzicht stukken beter vind. Het titelnummer is een van mijn persoonlijke hardrockfavorieten.
Met Dio maakt de zanger twaalf albums (compilaties daargelaten). In 1992 keert hij weer eens terug naar Black Sabbath om het album Dehumanizer te maken. De laatste jaren voor zijn dood tourt hij met Black Sabbath in de bezetting van begin jaren tachtig onder de naam Heaven & Hell. Met dit gezelschap brengt hij in 2009 nog het nieuwe The Devil You Know uit. Het is zijn laatste muzikale wapenfeit.
Ronnie James Dio, geboren als Ronald James Padavona, had als bijnaam De Kleine Man Met De Grote Stem. Een cliché, maar o zo terecht. De man moet de longinhoud hebben gehad van een paard. Ik zag hem eind jaren negentig nog eens aan het werk in Paradiso. En ondanks dat zijn livemaniertjes niet meer zo boeiden, had zijn zang nog niets aan kracht verloren. Vandaag is een dag om te treuren. Met Ronnie James Dio verliest de wereld een van haar mooiste stemmen.
Rainbow – Stargazer
Dio – The Last In Line
Terug van Terschelling









Op weg naar Terschelling
We varen net uit naar Terschelling. Het weer zit niet echt mee, maar een weekje op een waddeneiland is altijd lekker. Aangezien we in ons huisje geen wifi hebben en ik geen zin heb om via mijn telefoon te bloggen, blijft het hier een weekje stil. Tot volgende week zaterdag!
Cheers!
Rico
Erg goed artikel van Francisco van Jole over paniekzaaiende media
“Nederland is bang, klinkt het nu. Onzin, de media zijn notoire bangmakers…” lees hier verder.
Bron: www.joop.nl
Ons land is niet bang, schrijft Van Jole. Maar ik zou er toch nog aan toe willen voegen dat posters op de abri’s met complimenten voor onze terroristenbestrijders niet echt helpen. Evenmin als persberichten over de successen van een Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, de NCTb om kort en bekender te gaan. Is dit trouwens een Melkertbaan? Of waren die toen al afgeschaft?
Nee, serieus: in Nederland bestrijden zo’n twintig organisaties verzonnen terrorisme. De NCTb moet ervoor zorgen dat deze clubjes goed met elkaar samenwerken. Ik ben heel naïef misschien. Maar ik dacht dat we een AIVD hadden, een marechaussee en de rest van het leger. Maar twintig? Wat kost dat wel niet?
Van Jole heeft gelijk. Dagblad- en nieuwssitejournalisten zijn getraind in het opkloppen van verhalen. De een wat minder dan de ander. Maar scoren met tranentrekkers is een doodlopende straat gebleken. Dus moet het schokkender. Meer grotesk. Grote impact op de samenleving scoort nou eenmaal. En inspelen op angstgevoelens maakt die impact alleen maar groter. Dat zou men bij een gemiddeld mediabedrijf moeten weten. Het is derhalve droevig dat een journalistieke deelsector op zo’n bewust angstzaaiende manier zijn bonussen voor de hoofddirectie moet verdienen. Dat doen banken toch beter.
Comments are off for this postVinci uiterst gebalanceerd bordspel met supermechanisme
Zelden speelde ik een bordspel dat qua spelsysteem zo in balans was. In veel spellen staat de winnaar al ver voor het einde vast. Dat kan natuurlijk als één speler heel slim speelt en de rest heel stom. Maar vaak ook heeft het te maken met een spelmechaniek dat dergelijke vroege definitieve voorsprongen mogelijk maakt. Een goed spel blijft tot het einde spannend. Vinci is zo’n spel.
Het spelbord is de kaart van Europa, verdeeld over een aantal provincies. Het is de bedoeling dat je een zo omvangrijk mogelijke beschaving opbouwt. Dat wil zeggen: dat je zoveel mogelijk aaneengesloten provincies bezet. Hiervoor krijg je aan het eind van een ronde punten. Origineel aan Vinci is dat je je beschaving ook weer in verval kunt laten raken om elders in Europa een nieuwe beschaving op te bouwen. Met een nieuw volk met steeds weer andere eigenschappen. Voor je vervallen rijk krijg je ook nog punten. Maar uiteraard kunnen je medespelers deze gebieden ook inlijven.
Genoemde eigenschappen zijn bijvoorbeeld minder legers nodig hebben om een gebied te veroveren. Of extra punten voor bezette mijnen of havens. Of de mogelijkheid voor één beurt een niet-aanvalsverdrag te sluiten met een medespeler. Een keur aan eigenschappen komt langs in het spel. Wel is het zaak om de bijbehorende legeromvang in de gaten te houden. Sommige eigenschapstegeltjes bieden je wel erg weinig extra legers bij de acht initiële legers die je hebt. En zonder veel extra legers kun je weinig beginnen.
Vooral de mogelijkheid een nieuw rijk te beginnen en het oude te laten vervallen, maakt Vinci heel dynamisch. Je kunt je zo ook een minder voortvarende beurt permitteren, je zegeningen tellen en opnieuw in de aanval gaan. Uiteraard moet je dit niet te vaak doen; stom spelen wordt hoe dan ook bestraft. Het spel is bedacht door Philippe Keyaerts en in 1999 uitgegeven door Descartes. Keyaerts vernieuwde het spel, maar hield vast aan het oorspronkelijke spelsysteem en gooide er een fantasy thema overheen. Het resultaat verscheen vorig jaar onder de naam Small Worlds. Vinci wordt uiteraard (lees: helaas) niet meer uitgegeven.
1 commentBedpraat met Borre
“Ik wil nog één ding zeggen.”
“Oké, maar daarna moet je ook echt gaan slapen.”
“Oké. Ik wil nog zeggen dat ik het niet leuk vind dat ik vandaag na het zwemmen geen frietjes heb gegeten.”
“Maar je wilde alleen een ijsje.”
“Ja, maar dat waren mijn gedachten. Ik denkte dat ik geen frietjes wilde eten, maar eigenlijk wilde ik het wél!”
“Echt waar?”
“Ja. Dus de volgende keer als ik zeg dat ik geen frietjes wil eten en ik mag het wel, dan moet je me niet vertrouwen.”
“Eh… niet vertrouwen?”
“Ja, dan moet je me wél frietjes geven.
“Oké. Dus jij wil altijd frietjes als het mag?”
“Ja. En andersom mag je het niet doen hé.”
“Andersom?”
“Ja. Ja. Dat je me ook frietjes geeft als ik zeg dat ik wél frietjes wil. Als het mag. Dus je moet me altijd frietjes geven. Eigenlijk zou ik elke dag wel frietjes willen eten.”
“Maar friet is niet gezond. Als je er teveel van eet, word je net zo dik als papa. En dat wil je niet.”
“Nee, maar ik vind het zo lekker.”
“Is het ook. Maar omdat het niet goed voor je is, mag je het niet zo vaak eten. En nu ga je echt slapen, Borre.”
“Oké.”
“Welterusten, kereltje.”
“Welterusten, papa.”
“Papa, ik wil nog één ding zeggen…”
1 comment