Archive for January, 2010
Uit een oude doos: Targui (1988)
Targui is het jaren tachtig antwoord op Risk. Van Nederlandse makelij nog wel. Ontworpen door Ben van Dijk en Wil Dijkstra, twee studievrienden die wel van een spelletje hielden. Ze hebben puik werk verricht. Targui is ondanks zijn leeftijd een superspannend dobbelbordspel met een prachtig spelersvolgordesysteem.
Doel van het spel is de Sahara te beheersen. Deze is weergegeven in een aantal bordtegels, met daarop de verschillende ondergronden in de woestijn. Van rotsgebergte tot oase. Deze tegels vertegenwoordigen een economische waarde en/of een strategische waarde. Je kunt deze gebieden veroveren. Daarvoor heb je kamelen (= legers) nodig. Die kosten geld. Daarmee versterk je je gebieden en kun je grote legers vormen om aangrenzende tegels te bemachtigen.
Vechten doe je met dobbelstenen. Ieder gooit één dobbelsteen. Daarbij tel je de strategische waarde van je gebied op, dan deel je de uitkomst door twee en dat is het aantal kamelen dat de tegenstander kwijt raakt. Een oase heeft een strategische waarde van drie. Het zoutwinningsveld midden op het bord heeft een strategische waarde van vijf. Daar is bijna niet tegenop te boksen. Je thuisbasis geeft je vier punten extra bij het dobbelresultaat.
Het spel telt zestien tot twintig ronden. Afhankelijk van het aantal spelers. In elke ronde komt een noodlotkaart in het spel. Bijvoorbeeld: alle kamelen op de zoutwinningstegel gaan dood. Of: iedereen verliest zijn geld. Zodat je geen kamelen meer kan kopen. Maar er zitten ook positieve kaarten bij: de blauwe speler krijgt tien extra kamelen op zijn thuisbasis. Iedere speler heeft voorts vijf kaartjes met zijn kleurensymbool. Elk kaartje staat voor een beurt in de desbetreffende ronde. Aan het begin van elke ronde wordt met de dobbelsteen bepaald hoeveel kaartjes er in het spel komen. Dus hoeveel kaarten, van één tot en met vijf, men moet inleveren. Als je een zes gooit, moet je ook één kaart inleveren, maar krijgt iedereen een dubbele beurt. De ingeleverde kaartjes worden samen met het noodlot geschud en deze stapel bepaalt de spelersvolgorde. Het kan dus zijn dat je ineens drie keer achter elkaar aan de beurt bent. Dit is even wennen, maar het bleek een geniaal spelsysteem te zijn dat de spanning fors opjoeg.
Aan het eind van de ronde krijg je geld voor elke tegel met economische waarde die je bezet. Gezien het spelsysteem kan dat dus betekenen dat je vier of vijf beurten geen nieuw kapitaal verwerft. Ook dat maakt het extra spannend.
Uiteindelijk win je het spel door aan het eind de tegels te bezetten met de meeste economische waarde erop. Je thuisbasis is vier goudstukken waard, een oase drie, rotsgebergten twee, de zoutwinnigsplek maar liefst vijf. Daar moet je dus komen te staan. Verder is het natuurlijk gewoon gebied veroveren met een dobbelsteen. Maar anders dan bij Risk kun je maar één gebied binnenvallen per beurt. Je kunt dus niet lekker ‘doorlopen’. Dat is jammer. Ook duurt het een beetje lang. We waren bijna drie uur bezig. En dan speelden we niet eens alle ronden uit. Maar voor de rest is het een spel om als medelander trots op te zijn. Jumbo gaf het uit, maar het spel wordt al tien jaar niet meer gemaakt. De zoveelste blunder van de spelfabrikant die Kolonisten weigerde uit te geven.
1 commentPandadroom vs. Avatar
Qua 3D-beelden vond ik Pandadroom in de Efteling zeker zo heftig als Avatar. Het grote verschil is dat Avatar voor een aanzienlijk deel uit computeranimaties van een fictieve buitenaardse wereld bestaat en Pandadroom uit ‘echte’ natuurbeelden. Je ziet beelden van de noordpool: smeltende ijskappen. Je voelt de spetters (die zijn ook echt). Uit de oceaan: vissen die voor het grijpen lijken. Je durft je hand bijna niet uit te steken soms. En uit het regenwoud: houtkap. Wellicht illegaal.
Natuurlijk was de setting ook bij beide films anders. In de Efteling zit je voor een reusachtig scherm, van negen bij twintig meter. En er zijn nog meer special effects, zoals een bewegende bank en wind. Je zit er middenin. Bij Avatar zaten wij redelijk achterin de zaal. Met een stel kutjochies achter ons die meer bezig waren indruk op elkaar te maken dan dat ze de film probeerden te volgen. Verspilde moeite kennelijk. Anyway, het scherm was daar kleiner en dus overzichtelijker. En daarom waren de 3D-beelden minder indrukwekkend dan bij Pandadroom. Mocht je binnenkort naar de Efteling gaan, sla deze attractie dan niet over. Al is het een nogal eh… gesponsord ding. Een slimme investering van het Wereld Natuur Fonds, dat meebetaalde aan de attactie. En Pandadroom had wat langer gemogen. Hij duurt nog geen kwartier. Beetje jammer.
Baarsachtigen
Jaren geleden heb ik vanaf een bootje op de Westerschelde op zeebaars gevist. Met twee vrienden en een heerlijk diner in het Zeeuwse Breskens na afloop. We gebruikten zagers. Van die rare zoutwaterduizendpoten met knijpnageltjes. Voorzichtig op de haak zetten zeg maar. We vingen niet veel die dag. Maar we waren heerlijk uitgewaaid. Drie weken terug at ik mijn eerste zeebaars. Die was erg lekker, maar daarover wil ik het eigenlijk helemaal niet hebben.
Wel wil ik het hebben over een andere baarsachtige. Een lid van de makrelenfamilie om preciezer te zijn. De geelvintonijn. Een van de weinige tonijnsoorten die nog niet met uitsterven is bedreigd. Maar van overbevissing is al jaren sprake. De geelvintonijn komt voor in zeewater en brak water. Maar het liefst in een tropisch klimaat. Of in de Middellandse Zee. Ze zwemmen meestal zo’n meter of twee onder de waterspiegel. Met andere woorden: ze zijn goed te vangen. Sommige vissen zijn meer geëvolueerd dan de tonijn.
Brengt me bij de vraag of de evolutie dieper onder water verder is dan daarboven. Er is weinig tot geen licht. Maar meer kleur dan je je kunt voorstellen. Reflecterende wezens die voor beelden zorgen als was het kermis of als keek je naar een computeranimatie. Ik kan je de BBC-serie The Blue Planet aanraden. Je hebt anders geen idee wat er in onze oceanen leeft. En dat is zonde. Of beter gezegd: een hevige omissie.
Maar terug naar de geelvintonijn. Die dus door overbevissing wordt bedreigd. Hoe kunnen we de winkeliers stoppen deze vis te verkopen? Massaal kappen met consumeren? Ik denk het wel, hè. Vanavond aten Borre en ik er nog één. Hij was heerlijk. Licht rosé gebakken, zwarte peperkorrels en zeezout erop. Helemaal goed. Toen ik las over de overbevissing, voelde ik me schuldig. En wat doe je dan? Dan neem je je voor dat het je laatste was. Het zal moeilijk zijn, maar een visliefhebber moet doen wat een visliefhebber moet doen. Misschien is het tij over tien jaar gekeerd en kan ik de rest van mijn leven mijn hart ophalen. Want gezond is het wel.
Comments are off for this postStel je voor dat ruimtewezens je ontvoeren…
… en je interviewen over je land, je cultuur en politiek. Dan kun je niet uit onder je medesurfers die op de websites van kranten hun commentaar op het nieuws uitbraken. De twee grootste kranten van Nederland hebben reagerende lezers van nogal dubieus allooi. Ik doe een greep naar de prijs van het meest understatende understatement van het jaar, ja.
Ondanks tegensprekende berichten over onderzoeken die concludeerden dat Wildersaanhangers ook onder hoogopgeleiden voorkomen, is het bij Telegraaf- en AD-lezers waar te nemen opleidingsniveau bedroevend laag. Meestal moet je je door een woud van taalfouten worstelen, maar wás dit maar het ergste. Alles en iedereen wordt gewantrouwd. Historische feiten blijken uit het geheugen gewist. Onderwijzers zullen zich de ogen uit hun kop schamen als zij de naam van een inzender herkennen. Iedereen heeft de waarheid in pacht. Van helder denkwerk is geen sprake. We hebben één belangrijk probleem in Nederland en dat zijn de buitenlanders. Dit keer moslims genoemd. En alles wat een nuance in de toekomstige politieke besluitvorming probeert aan te brengen, is van de linkse kerk afkomstig of van de graaiers. En dat moet je dan overbrengen aan je ontvoerder.
Het wezen in zijn schotel die jou op de snijtafel heeft liggen, vraagt zich af of de taalconversie wel ordentelijk verloopt. Heeft hij je echt goed verstaan? Je geeft voorbeelden van politieke commentaren van Telegraaf-lezers, op de situatie in Culemborg, waar Molukkers en Marokkanen elkaar naar het leven staan. Op de mediacapriolen die Wilders uithaalt, had hij nou wel of niet spijt van de kopvoddentaks? Op politiek in het algemeen. Het is bar. Als de lezers van Telegraaf en AD dan echt de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen, dan moet het maar gebeuren. Wilders aan het roer. Nederland in chaos. Het ruimtewezen snapt er niks van. Hij vraagt: “Waarom is het bij jullie nog geen oorlog?”
Comments are off for this postAvatar herdefinieert de bioscoopfilm
Tot zover reikt dus de filmtechnologie. Avatar is qua verhaallijn misschien niet de beste film aller tijden. Qua visuals is dat het wel. Wat een spektakel zeg! Ongelooflijk. Met dit 162 minuten durende 3D epos herdefinieert James Cameron (Titanic, Aliens, Terminator) de bioscoopfilm.
Avatar vertelt het verhaal van een missie naar de planeet Pandora waar het mineraal Unobtainium wordt gewonnen. Dit is een uiterst kostbare grondstof die het energieprobleem op aarde moet oplossen. Op de planeet is leven: het Na’vi volk woont er, omringd door een prachtige natuur. Na’vi zijn blauw gestreepte, mensachtige wezens, die qua beschaving te vergelijken zijn met sommige indianenvolken. Zowel geestelijk als fysiek zijn zij verbonden met de planten, bomen en dieren om hen heen.
Toevallig wonen zij op een gigantisch reservoir van Unobtainium en daarom zijn ze in oorlog met de troepen van kolonel Miles Quaritch (Stephen Lang). Deze commando’s zijn in dienst van het bedrijf dat het mineraal wint. Ook in dienst is de invalide ex-militair Jake Sully (Sam Worthington). Om zijn ‘avatar’ draait het in de film. Een avatar is een uit menselijk en inheems DNA opgekweekte Na’vi die met de hersenen van een mens wordt bestuurd. Sully’s avatar moet infiltreren bij de Na’vi om het volk te bewegen te verhuizen zodat de onderneming het vele Unobtainium kan delven. Zijn gids is de Na’vi-prinses Neytiri (Zoe Saldana). Zij begeleidt hem en uiteindelijk worden ze natuurlijk ook verliefd op elkaar. Zonder dat het overigens al te corny wordt.
Hebzucht die leidt tot de brute vernietiging van natuur en inheemse volken is het thema van de film. Het is mooi uitgewerkt en onder meer weerzinwekkend vormgegeven in het karakter van Quaritch. De film laat zien dat we kennelijk nog niks hebben geleerd van de opwarming van de aarde en het verdwijnen van de regenwouden. Een moderne strijd tussen goed en kwaad, kortom. Tot zover het verhaal.
Want dit is overduidelijk ondergeschikt aan de visuals. En die zijn waanzinnig. De eerste paar minuten moet je even wennen aan het 3D-brilletje, maar dan zit je er ook echt helemaal in. Je reist mee door de fantastische wereld van de Na’vi, het laboratorium in het ruimtestation op Pandora, de schitterende wouden met de meest kleurrijke bloemen en planten, de indrukwekkende dieren, de zwevende bergen. Het is allemaal even prachtig. Onbegrijpelijk dat dit voor een groot deel computeranimaties zijn, zo levensecht is het. En de 3D-techniek maakt dat je het idee hebt dat het scherm een raam is waarachter dit alles plaatsheeft.
Cameron liep al jaren met het idee voor deze film rond, maar hij achtte de techniek er nog niet rijp voor. Pas toen The Lord Of The Rings uitkwam, met daarin de computergestuurde Gollem, was de regisseur klaar voor de productie van Avatar. Waarin dus niet één wezen, maar een heel volk met de inmiddels befaamde motion-capture-techniek werd vormgegeven. Zelf werkte hij mee aan de ontwikkeling van de benodigde computersystemen en filmtechnieken. Vier jaar en ruim driehonderd miljoen dollar verder is Avatar een film die elke liefhebber moet hebben gezien. In 3D that is!
1 comment