Jan 21
Uit een oude doos: Targui (1988)
Targui is het jaren tachtig antwoord op Risk. Van Nederlandse makelij nog wel. Ontworpen door Ben van Dijk en Wil Dijkstra, twee studievrienden die wel van een spelletje hielden. Ze hebben puik werk verricht. Targui is ondanks zijn leeftijd een superspannend dobbelbordspel met een prachtig spelersvolgordesysteem.
Doel van het spel is de Sahara te beheersen. Deze is weergegeven in een aantal bordtegels, met daarop de verschillende ondergronden in de woestijn. Van rotsgebergte tot oase. Deze tegels vertegenwoordigen een economische waarde en/of een strategische waarde. Je kunt deze gebieden veroveren. Daarvoor heb je kamelen (= legers) nodig. Die kosten geld. Daarmee versterk je je gebieden en kun je grote legers vormen om aangrenzende tegels te bemachtigen.
Vechten doe je met dobbelstenen. Ieder gooit één dobbelsteen. Daarbij tel je de strategische waarde van je gebied op, dan deel je de uitkomst door twee en dat is het aantal kamelen dat de tegenstander kwijt raakt. Een oase heeft een strategische waarde van drie. Het zoutwinningsveld midden op het bord heeft een strategische waarde van vijf. Daar is bijna niet tegenop te boksen. Je thuisbasis geeft je vier punten extra bij het dobbelresultaat.
Het spel telt zestien tot twintig ronden. Afhankelijk van het aantal spelers. In elke ronde komt een noodlotkaart in het spel. Bijvoorbeeld: alle kamelen op de zoutwinningstegel gaan dood. Of: iedereen verliest zijn geld. Zodat je geen kamelen meer kan kopen. Maar er zitten ook positieve kaarten bij: de blauwe speler krijgt tien extra kamelen op zijn thuisbasis. Iedere speler heeft voorts vijf kaartjes met zijn kleurensymbool. Elk kaartje staat voor een beurt in de desbetreffende ronde. Aan het begin van elke ronde wordt met de dobbelsteen bepaald hoeveel kaartjes er in het spel komen. Dus hoeveel kaarten, van één tot en met vijf, men moet inleveren. Als je een zes gooit, moet je ook één kaart inleveren, maar krijgt iedereen een dubbele beurt. De ingeleverde kaartjes worden samen met het noodlot geschud en deze stapel bepaalt de spelersvolgorde. Het kan dus zijn dat je ineens drie keer achter elkaar aan de beurt bent. Dit is even wennen, maar het bleek een geniaal spelsysteem te zijn dat de spanning fors opjoeg.
Aan het eind van de ronde krijg je geld voor elke tegel met economische waarde die je bezet. Gezien het spelsysteem kan dat dus betekenen dat je vier of vijf beurten geen nieuw kapitaal verwerft. Ook dat maakt het extra spannend.
Uiteindelijk win je het spel door aan het eind de tegels te bezetten met de meeste economische waarde erop. Je thuisbasis is vier goudstukken waard, een oase drie, rotsgebergten twee, de zoutwinnigsplek maar liefst vijf. Daar moet je dus komen te staan. Verder is het natuurlijk gewoon gebied veroveren met een dobbelsteen. Maar anders dan bij Risk kun je maar één gebied binnenvallen per beurt. Je kunt dus niet lekker ‘doorlopen’. Dat is jammer. Ook duurt het een beetje lang. We waren bijna drie uur bezig. En dan speelden we niet eens alle ronden uit. Maar voor de rest is het een spel om als medelander trots op te zijn. Jumbo gaf het uit, maar het spel wordt al tien jaar niet meer gemaakt. De zoveelste blunder van de spelfabrikant die Kolonisten weigerde uit te geven.
1 comment1 Comment
RSS feed for comments on this post.
Sorry, the comment form is closed at this time.
[...] Casa di Ricomanjaro: Targui [...]
Pingback by Spelbesprekingen week 3 « Spellenclub Eindhoven — 24 January, 2010 @ 6:04 pm