Archive for September, 2009
Kiss vindt zichzelf opnieuw uit op Sonic Boom
Het moest een album worden waarop Kiss zou terugkeren naar de jaren zeventig. De roots, zeg maar. Wie het op internet vrijgegeven Modern Day Delilah heeft gehoord, zal al vermoeden dat hier weer eens sprake is van Gene Simmons’ welbekende valse beloftes. En zo is het. Afgezien van wat riffjes en basloopjes krijgen we met Sonic Boom toch vooral het jaren tachtig Kiss-geluid te horen. In een modern productioneel jasje, dat wel. Maar classic Kiss? Neuh. Eigenlijk is alleen Yes I Know (Nobody’s Perfect) een echt ouwe kraker, die zo op Rock ‘n’ Roll Over had kunnen staan.
Maar dat is ook helemaal niet erg. Want Sonic Boom is wel een van de betere post-Ace Frehley/Peter Criss-platen van het al lang niet meer New Yorkse kwartet. Hoewel het niveau behoorlijk wisselt. Met het al genoemde Modern Day Delilah heeft de band meteen het beste nummer van de CD als voorproefje gegeven. Een stevige rocker, met krachtige zang van Paul Stanley. Het nummer wordt gevolgd door Russian Roulette, een vette Gene Simmons-beuker. Die staan er meer op. Ook I’m An Animal en Hot And Cold laat de rockende graaier van zijn beste kant horen. Hoewel van laatstgenoemde vooral de coupletten sterk zijn; het refrein is om met Cruyff te spreken ‘swak tot seer swak’. Een euvel waar meer songs op Sonic Boom last van hebben. Met als absolute dieptepunt het afgrijselijke Stand.
‘Nieuwelingen’ Eric Singer en Tommy Thayer mogen elk ook een nummertje zingen en doen dat niet onverdienstelijk. Hoewel All For The Glory en When Lightning Strikes niet tot het sterkste materiaal van het album horen. Singer drumt wel erg lekker. Dat konden we vroeger van Peter Criss niet zeggen. En Thayer speelt zijn solo’s gewoon in de traditie van Ace Frehley. Maar als ik dan toch mag kiezen, hoor ik liever the real thing. Overigens verdient Stanley een dikke pluim voor zijn prachtige productie. En zo komen we bij de conclusie die eigenlijk voor elk Kiss-album geldt: er staan een handjevol sterke nummers op, maar ook evenzoveel missers. En hij is wederom erg kort. Wat nou: tradities zijn er om mee te breken?
Comments are off for this postWeekendje schelpen zoeken in Zandvoort (foti)








Tinners’ Trail toegankelijke maar spannende Wallace
Opnieuw een superspel van Martin Wallace: Tinners’ Trail. Een relatief kort spel met een eenvoudig te doorgronden spelsysteem, maar met wel de typische Martin Wallace-twist. Het is tegelijkertijd een uitstekend spel voor wie kennis wil maken met het werk van Warfrog/TreeFrog, Wallace eigen uitgeverij.
Tinners’ Trail is een economisch spel, waarbij je tin en koper moet delven. Het speelt zich af in het Cornwall van de negentiende eeuw. Om tin en koper te kunnen delven, moet je uiteraard eerst een mijn kopen. Dat gebeurt per opbod. Een mijn bevat niet alleen koper en tin, maar ook water. Dit moet je weg zien te krijgen, anders kost het je veel geld bij het uiteindelijke delven van de grondstoffen. Om je te ontdoen van het water, kent het spel investeringen als kanalen, stoompompen en schepen. Investeren in mijnen is de sleutel tot succes. Wie de meeste en/of rijkste mijnen heeft, maakt een goede kans op de overwinning.
Of een mijn rijk is aan grondstoffen, wordt na de basisvoorraad bepaald aan de hand van een worp met drie dobbelstenen. Eén voor tin, één voor koper en één voor water. Ook de marktprijs van de metalen komt na dobbelen tot stand. Geld speelt een allesbepalende rol in dit spel. Je kunt overigens ook geld verdienen door pasteitjes te verkopen. Als je al je acties, zoals mijnen, stoompompen, schepen of kanalen kopen en het uiteindelijke delven hebt gedaan, moet je je hele opbrengst verkopen tegen de dan geldende prijs. Daarna ga je investeren in buitengebieden. Wie aan het eind van het spel de beste investeringen heeft gedaan, wint het spel. Zo simpel is het. En dat voor een Wallace.
Natuurlijk zitten er wel addertjes onder het gras. Zo is het slim om in het begin flink te investeren. Het spel telt vier fasen en in elke nieuwe fase leveren de investeringen minder overwinningspunten op. Maar in het begin heb je nog weinig startkapitaal, dus moet je vooral slim je acties kiezen en zorgen voor een maximale mijnopbrengst. Ook is het zinnig qua mijnen kopen vooruit te kijken. Tricky in dit verband is de steeds wisselende marktprijs van het tin en het koper. Dat en de rijkdom van een mijn worden bepaald door het geluk (lees: de dobbelstenen). De rest moet je zelf doen.
Het spel duurt ongeveer anderhalf uur. Dat is kort voor een Wallace. En wat mij betreft maakt dat het spel tot een van de meest plezierige telgen uit de WarFrog/TreeFrog reeks. Want ik hou van Wallace, maar niet van spellen die langer dan twee uur duren. Ik speel namelijk liever twee spellen op een avond dan één. Hoewel het in 2008 verscheen, is het spel in zijn oorspronkelijke uitvoering inmiddels niet meer te krijgen. Maar QWG brengt het spel in Nederland uit. Zij het in een aanzienlijk lelijkere uitvoering dan het fraaie origineel.
1 commentMijn blog en ik groeien uit elkaar
Opnieuw staat deze week in het teken van repeteren en spelen. Ook vraagt de schoolkrant van Puck en Borre de nodige aandacht (zit in de ouderredactie), dus verwacht opnieuw weinig nieuws deze week. Goed beschouwd heb ik pas donderdagavond weer tijd om te bloggen. Dus op zijn vroegst tot dan.
Cheers!
Rico
Ik zou, ik zou, ik zou… (Ace Frehley, Prinsjesdag en Vino)
Graag had ik dinsdag een review willen schrijven van de die dag verschenen nieuwe CD van Ace Frehley. Ook had ik hier het liefst uitgebreid stil willen staan bij Prinsjesdag. Gisteren had ik met alle liefde een stukje willen schrijven over het bordspel Vino. Maar helaas: tegenvallende resultaten en een chronisch gebrek aan tijd gooiden roet in het eten.
Om met Frehley’s nieuwe album Anomaly te beginnen. Toen Kiss begin van dit millennium zijn Farewell-tour deed, bleek het eigenlijk alleen maar om het afscheid van Frehley te gaan. De band ging verder met Tommy Thayer, Ace ging aan de slag met een soloplaat. Zijn vorige verscheen meer dan twintig jaar geleden. En was het het wachten waard? Ik zou zeggen: ja en nee. Want er staan een paar te gekke nummers op. Zoals Outer Space, het instrumentale Space Bear en het bijna instrumentale Genghis Khan. Maar daar staat een fors aantal zwakke broeders tegenover. Zoals het corny A Little Below The Angels, het zeikerige Change The World en het inspiratieloze Fractured Quantum. Tegenover een moddervette productie staan kinderlijk slechte teksten, tegenover ijzersterke riffs staan dodelijk saaie akkoordenschema’s en zanglijnen, tegenover prachtige solo’s staat oeverloos gepiel. Kortom, ga hem vooral eerst luisteren (lees: illegaal downloaden) voor je hem koopt.
Prinsjesdag ligt alweer achter ons en eigenlijk wil ik er geen woord meer aan vuil maken. Wat een deceptie, wat een lamstralenkabinet is dit toch.
En dan Vino. Dit bordspel begon leuk en heeft uitstekende matennaaifoefjes. Maar het spelsysteem is waanzinnig slecht. Zo slecht dat ongeveer vijftien ronden voor het eind al vaststond wie de winnaar werd en dat daar door niemand iets aan te doen was. Zo slecht dat ik zelf de laatste vijf ronden niet meer mee kon spelen, omdat elke mogelijke actie die ik deed winst noch verlies op zou leveren. En zo slecht omdat het spel maar niet kon worden beëindigd, ook al wilden we dat al drie kwartier. Geen aanrader dus. Volgende keer hopelijk weer een vrolijk spelletjesverhaaltje.
Comments are off for this postDoug Stanhope komt naar Toomler
Hij staat op 29 en 30 september in Toomler. Ik ga er in ieder geval heen. Mocht je na bovenstaand fragment nog twijfelen, ga dan eens een half uurtje grasduinen op YouTube. Hij is echt hilarisch…
1 commentIndustrial Waste: eenvoudig maar doeltreffend
Het spel is al een tijdje uit de handel en alleen in het tweedehands circuit verkrijgbaar. En dat is jammer en onterecht, want Industrial Waste is een topspel. Eenvoudig qua opzet, maar met een fantastisch spelsysteem.
Je bent de baas van een industriële onderneming en je gaat produceren. Net als in onder meer Puerto Rico en Container heb je je eigen bordje voor je neus. Daarop hou je bij hoeveel mensen je in dienst hebt, hoeveel grondstoffen je nodig hebt en hoeveel afval je productie oplevert. Uiteindelijk kost teveel afval je geld en dus punten. Want wie de meeste punten aan het eind van het spel heeft wint en je geld gedeeld door twee zijn je punten. Plus de punten die je hebt gescoord door te innoveren: minder mensen nodig, minder grondstoffen nodig of minder afval produceren.
Het bord in het midden bepaalt onder meer hoeveel geld je krijgt als je hebt geproduceerd. Per ronde heb je drie acties. Je moet kiezen uit een aantal rijtjes met actiekaartjes (aantal spelers plus één), met daarop acties als produceren, grondstoffen veilen, innoveren (kost je ook geld), afvalvermindering op je afvalscorebord en zetten op het controlebord: naar beneden is minder geld betalen aan het eind van een ronde; naar rechts is meer vangen na elke productiebeurt. Je speelt om de beurt een actie en na drie keer begint de volgende ronde, waarin weer nieuwe rijtjes van drie actiekaartjes worden neergelegd. Maar pas op: er zit ook een kaartje in het spel met de giframp. Als die opduikt, moet je betalen als je teveel afval hebt geproduceerd en dat kan aardig in de papieren lopen.
Het spelsysteem van Industrial Waste is eigenlijk heel eenvoudig. Het spel zelf is razend spannend. Geld en grondstoffen zijn schaars en uiteindelijk moet je produceren om te kunnen investeren. Je kunt ook een lening afsluiten, maar dat levert je aanzienlijke minpunten op aan het eind van het spel (tien per lening). Enige jammere van het spel is dat je geldvoorraad openbaar is. Dat maakt het wel heel eenvoudig om je tegenspelers dure grondstoffen aan te smeren zonder dat je er zelf mee blijft zitten. Maar dat is slechts mierenneukerij. Industrial Waste speelt voorts erg vlot en dat maakt het tot een favoriet. Nogmaals: belachelijk dat dit spel alleen nog maar tweedehands te koop is.
Comments are off for this post