Jul 9
Brass is Martin Wallace op zijn best
Al na één keer spelen vind ik Brass een van de leukste spellen die Martin Wallace (Struggle Of Empires, Age Of Steam) tot dusver heeft ontworpen. Aanvankelijk lijkt het nodeloos complex, zoals veel spellen van de Brit. Maar eigenlijk valt die complexiteit reuze mee, zodra je in het spel zit. Het spelsysteem is er wederom een van vooral tactiek en een ietsiepietsie geluk. Geluk, omdat je enigszins afhankelijk bent van de kaarten die je krijgt.
Je speelt er twee uit per beurt en daarmee ‘betaal’ je je acties. Begrijp me niet verkeerd: de acties kosten doorgaans ook nog geld. Het spel speelt zich af in de Engelse regio Lancashire aan het begin van de Industriële Revolutie. Het is de bedoeling dat je kanalen (fase 1) en spoorwegen (fase 2) aanlegt en in de verschillende steden onder meer katoenfabrieken, havens, kolenmijnen en scheepswerven bouwt. Als je deze vervolgens ‘verzilvert’, mag je de tegeltjes omdraaien en krijg je bij de twee puntentellingen punten (eind fase 1 en eind fase 2). Wie de meeste punten scoort, wint het spel. Zoals bij nagenoeg elke Wallace het geval is.
Verzilveren doe je bijvoorbeeld door katoen te leveren bij een haven waarmee je via al dan niet eigen kanalen of rails bent verbonden. Of door al je kolen op je kolenmijn kwijt te raken. Of door een scheepswerf te bouwen. Deze zijn duur en kun je slechts in een paar kuststeden bouwen, maar ze leveren wel veel punten op. Ook voor aangelegde kanalen en rails krijg je punten.
Belangrijk is dat je steeds genoeg geld hebt om te investeren in gebouwen en kanalen/spoorwegen. Ook is het zaak goed te timen wanneer je acties doet waarbij je kolen of ijzer nodig hebt. Die zijn namelijk niet altijd gratis voorradig, maar moet je soms kopen tegen woekerprijzen. Dat kost je extra en het geld groeit je bij Brass niet op de rug. Gelukkig kun je ook als actie een lening afsluiten, zodat je wat meer financiële ruimte krijgt. Kost je natuurlijk wel rente, maar kan net het verschil maken.

Brass duurt ongeveer tweeëneenhalf uur. We speelden het met zijn vieren en dat lijkt me het perfecte aantal. Hoewel het ook met drie personen kan. Door het redelijk snelle spelsysteem verveel je je geen moment. Het artwork door Peter Dennis is prachtig, vooral het speelbord, de gebouwentegeltjes en de speelkaarten zijn erg fraai. Alleen het geld zelf ziet er niet uit: gladde plastic zilver- en koperkleurige schijfjes zonder opdruk of reliëf. Puur functioneel dus. Maar dit is in het licht van het speelplezier dat je met Brass hebt slechts mierenneukerij.
1 Comment
RSS feed for comments on this post.
Sorry, the comment form is closed at this time.
[...] Casa Di Ricomanjaro: Brass [...]
Pingback by Spelbesprekingen week 28 « Spellenclub Eindhoven — 12 July, 2009 @ 5:09 pm