Jan 17
Haveneconomie voor op tafel
Gloednieuw en nu al een van mijn favorieten is het bordspel Container. Het spel is bedacht door Franz-Benno Delonge en Thomas Ewert. En beleefde zijn beursprimeur afgelopen oktober tijdens de Internationale Spieltage 2007 in Essen.
Het spel simuleert een mini-haveneconomie, waarbij je de rol van fabrikant aanneemt, die vijf soorten spullen kan maken. Die van handelsonderneming die de goederen inkoopt en ze in het beste geval duurder verkoopt aan de schepen. Die van schipper en die van importeur op het eiland.
Net als onder meer Puerto Rico krijg je allemaal een eigen bordje voor je en is er een speelbord in het midden. Op je eigen bordje heb je fabrieken, ruimte voor geproduceerde goederen, te verschepen goederen en pakhuizen. Op het middenbord staat een eiland: een klein continent met voor iedere speler een land. Naar dat eiland moet je goederen verschepen met je eigen boot. En proberen je goederen voor veel geld aan je medespelers te verkopen of voor wènig aan je eigen land.
Bottomline is dat je zoveel mogelijk geld hebt verdiend aan het eind van het spel. In je beurt voer je twee acties uit. Je kunt kiezen uit:
- een fabriek bouwen om de productie te vergroten;
- je fabrieken laten produceren;
- een nieuw pakhuis bouwen om meer containers te kunnen opslaan voor de export naar het eiland;
- producten bij anderen uit de fabriek kopen en in je pakhuis opslaan;
- je boot verplaatsen: één beweging is één actie. Qua bewegingen heb je de keus uit:
1) van de open zee naar het eiland (als je aanlegt op het eiland, gooi je hier je goederen op de markt) of
2) vice versa of
3) van de open zee naar een haven (als dit je tweede actie is, mag je in dezelfde actie nog iets kopen om te verschepen; als het je eerste actie is en je wilt hier inkopen, is dat je tweede actie) of
(4) vice versa.
NB. Bij je eigen haven aanleggen om goederen aan boord van je schip te brengen mag niet! Dat zou de NMa niet pikken.
Je begint eerst flink te investeren (maar niet teveel) in fabrieken en pakhuizen. Om vervolgens te gaan handelen met je medespelers en zo genoeg geld te verdienen om scheepsladingen te kopen voor op je eiland. Bij aankomst op het eiland worden de scheepsladingen per opbod verkocht. Het bod is geheim tot iedereen gedekt heeft geboden. Als je je lading verkoopt, is het al snel flink cashen. Ook omdat je subsidie krijgt van het eiland. En als de prijs te laag is, verkoop je het gewoon aan je eigen land. Maar dat is wel een aderlating. De goederen zijn niet gratis.
Nu kan er een moment komen waarop je het echt niet meer ziet zitten en bijvoorbeeld graag wil bieden op de aangeboden waar. Dan kun je een financiering afsluiten bij de bank. Kost je 10% rente per beurt. Het is dus ook zaak deze lening snel weer af te lossen. Temeer omdat je hem aan het eind van het spel op je totale omzet in mindering moet brengen.
Het is vooral winstgevend om zoveel mogelijk ladingen te verschepen. Zodat je het geld verdient om zoveel mogelijk goederen in je land te krijgen. Iedere container in een bepaalde kleur is een hoeveelheid geld waard. De toegevoegde waarde van de aan het eiland verkochte goederen is overigens relatief laag. Daarbij moet je een lepe verdeelsleutel hanteren. Iedere speler heeft een eigen kleurwaardering. Dus gele goederen zijn voor speler a bijvoorbeeld tien euro waard (maximum) en voor speler b zes. Ook zijn de goederen die je aan het eind van het spel het meest bezit, niets waard. Teveel aanbod. Dus zorg je er natuurlijk voor dat het product met je laagste waarde aan het eind het best vertegenwoordigd is op het eiland.
Dat is het zo’n beetje. Grofweg. Het spel duurt zo’n drieëneenhalf uur. Er komt geen dobbelsteen aan te pas. Op school een beetje economie hebben gehad is handig. Veel geld lenen niet. Teveel investeren in productiegebouwen en handelshuizen, zoals gezegd, evenmin. Bij het bieden op scheepsladingen kun je je concurrenten uitstekend een oor aan naaien. Dus ook aan die voorwaarde voor een goed spel is voldaan. En het is ook wel gezellig, zo een beetje op en neer varen tussen je medespelers. Je kunt het heel makkelijk zelf maken. Maar waarom zou je: het ziet er prachtig uit.
2 comments2 Comments
RSS feed for comments on this post.
Sorry, the comment form is closed at this time.
Nou, 3 en een half uur? Dacht dat het toch wel wat korter was. Wat ook scheelt dat deze sessie met het maximum spelers (5) was. Duurt altijd ietsje langer. Volgens mij istie goed te doen in 90 minuten wanneer spelers het spel kennen.
Maar voor gezellige en twijfelende spelers duurt het natuurlijk wat langer. Wat niet zo’n punt is, want het is wel een goed spel om mee bezig te zijn.
Comment by Mike B — 18 January, 2008 @ 12:57 am
Ja, drieëneenhalf uur. We waren om half negen begonnen en net voor twaalven klaar. Maar eerlijk is eerlijk: dit is wel inclusief de uitleg van het spel.
En ik moet zeggen dat er, niet in de laatste plaats door ondergetekende, behoorlijk wat geAP’t werd. Zelfs door Heleen. Ik denk dat je na nog een paar keer spelen wel sneller zult weten wat je per beurt het beste kunt doen en dan zal het zeker sneller gaan. De vorige keer met zijn drieën duurde het overigens ook een stuk korter, meen ik me te herinneren…
Comment by Ricomanjaro — 18 January, 2008 @ 10:45 am